Author Archives: denkendoetgeenzeer

*Het is zover!

Jawel dames en heren, het mirakel is dan toch geschied: mijn logverhuizing is een feit! *Grote grijns* Ik wil u meer dan graag uitnodigen op mijn nieuwe stekje:

WWW.DENKENDOETGEENZEER.COM.

Ook vraag ik u natuurlijk vriendelijk de link van mijn log op uw sites aan te passen naar de nieuwe habitat.

Zoals de oplettende klikker wellicht al gemerkt heeft zijn alle logjes hier op web-log afgesloten voor reacties. Reageren is dus alleen mogelijk op de nieuwe site. Dit oude log zal nog even bestaan, maar binnen afzienbare tijd zal hier een grote leegte achterblijven. Een leegte die niet betreurd zal worden, welteverstaan. *Stuitert rond van opluchting geen door web-log opgedrongen dingen meer te hoeven dulden*

Waar ik bijzonder blij mee ben, is het feit dat het zowaar gelukt is al mijn hier ooit geschreven logjes mee te verhuizen naar de nieuwe link inclusief alle reacties. Jawel! Woei! *Doet vreugdedansje*

Het nieuwe log is zo goed als klaar, al zullen er nog wel wat kleine dingetjes aangepast worden in de loop der tijd. Ook hoor ik het natuurlijk erg graag mocht er iets niet naar behoren werken, het is nogal een onderneming namelijk, en een mens ziet snel iets over het hoofd.

Rest mij weinig meer dan u uitnodigen een kijkje te nemen op de vernieuwde Denkendoetgeenzeer: ik hoop dat u er net zo enthousiast over kunt zijn als ikzelf momenteel. *Kijkt gespannen en een tikkeltje verlegen in het rond* Hoe dan ook heb ik nu weer tijd om jullie allemaal bij te lezen en zelf weer aan het schrijven te slaan. *Juicht opgelucht* Genoeg gebabbeld, tijd om door te klikken!

*Zwaait en kijkt nog één keer rond hier, met een tikkeltje melancholie in de ooghoek*

21 July 2007
By on 14:15
*

Q42loading2_small

Sssst,

Nog even
Een dag of wat
Dan zal alles, nu ja,
bijna alles, nu ja,
dit alles
ja,
dit alles zal
beter
mooier misschien
maar anders, ja anders,
nieuw
maar vertrouwd,
helemaal van mij zijn.

Ja.

3 July 2007
By on 12:07
*Stil leven

Hoe nacht kan nacht zijn? Dit is er een met een hoofdletter. Er zijn gradaties in nacht. Ik schuif het gordijn een klein stukje opzij, net genoeg om het kruispunt te zien, de hoge gebouwen verderop in mijn blikveld, de bomen voor de deur, de straat waar dit huis de hoek markeert. De rest van de huizen bekijk ik alleen vluchtig, om zeker te weten dat nergens meer licht brandt. Ik heb geluk: de nacht behoort mij toe vannacht. Mijn naakte lichaam ontspant. Ik houd van vuistdikke romans: de schrijver heeft alle tijd om iemands leven onder je nagels te laten kruipen, een dag beschrijven mag een dag lezen duren, het verhaal sluipt de hele tijd met je mee, wat zou de hoofdpersoon nu aan het doen zijn? Een kijkje in andermans leven, met die toevoeging dat je de gedachten ook cadeau krijgt.

De straatlantaarns schijnen hun oranje licht over de late uren, ik houd van deze status quo. Alsof de morgen nooit zal aanbreken, de zon niet meer bestaat, het leven niet meer op gang zal komen, de tijd het bijltje erbij neer zal gooien. Niet de nachten waarin verdwaalde dronken kreten klinken, muziek nog uit cafeetjes schalt: die behoren mij niet toe. Enkel de nachten waarin de gehele mensheid diep in slaap lijkt, de wekker als grootmacht het land lijkt te regeren, tik tik tik tel de uren af, knijp de ogen stijf dicht, morgen moet men weer presteren. Prestatie, presentatie, presentabel, preventie, prevalent, prevelen. Zo bezien lijkt plots het laatste woord niet bestaand, ik weet de eerste keer dat het me overkwam nog: herhaal spaghetti zo vaak dat de letters geen logica meer lijken te hebben. Het lukte, het woord leek een moment lang alle betekenis verloren te hebben. Momentopnames, een mens zou ervoor willen leven.

Hij staat naast me, drukt zijn warmte tegen mijn kou, zijn lippen tegen mijn hals. Zijn handen spreken wat hij niet durft zeggen. Hij denkt aan heel andere dingen. Een moment wil ik hem duidelijk maken wat ik nu voel, stop nu even, kijk naar buiten, zie wat ik zie, laat dit niet aan je voorbij gaan! Ik ben er vervuld van. Maar mijn ogen zijn niet de zijne, wat hij voelt is niet wat ik voel. De wereld raast aan mij voorbij, alleen de nacht geeft mij het gevoel op gelijke voet te staan. Nee. De nacht geeft mij vreugde. Nee. De nacht geeft mij een veilig gevoel. Nee. De nacht geeft mij een onoverwinnelijk gevoel. Nee. De nacht is mijn spiegel. Nee. De nacht is mijn klankbord. Nee. De nacht stroomt door mijn aderen. Ik zoek vergelijkingen, tevergeefs. De verlaten straat in het holst van de nacht geeft mij hetzelfde gevoel als de doorbrekende zon op een vrije dag hem geeft: je krijgt pure, oprechte, niet te evenaren zin in het leven.

Ik hoor de auto’s, onzichtbaar achter de bomen, over de snelweg glijden. Probeer me voor te stellen wie op dit moment en waarom en hoe in die auto zit. Verwarming aan, muziek luid, een bijna lege weg voor zich. Uitgelopen vergadering, geëindigd in een obscure tent. Smoezen verzinnend voor thuis, uren tellend tot de volgende dag weer aanbreekt. Slecht huwelijk. Fleecetrui en wandelschoenen in de achterbak. Iedere meter onder zijn wielen een tikkende bom, handen om het stuur geklemd, verscheurd tussen de geile avond en de tegemoet rijdende stilzwijgende ruzie. Zijn nacht is niet mijn nacht. Er spatten druppels op uit plassen op de stoep, bomen buigen zachtjes door, alleen het weer en deze straat bestaat. En ik. Mijn lijf buigt zachtjes door onder zijn strelingen.

Is mijn buik mijn buik? Zijn mijn borsten mijn borsten? Bestaan ze niet louter door zijn aandacht? Wanneer de liefde niet zou bestaan, zou ik dan dit lichaam hebben? Ik zie door zijn ogen, waardeer door zijn gedachten, zonder hem was ik een samenraapsel van ledematen. Deze rug te lang, deze taille te hoog, dit gezicht onbeduidend, deze borsten te lelijk, deze voeten te groot, deze knieën te knokig, dit lichaam niet het mijne. Aanwezig, maar betekenisloos. Zijn blik is mijn filter, zijn handen mijn huid, zijn liefde mijn schoonheid. Is dat waarom een mens niet ongeliefd wil zijn? Ik richt mijn blik weer naar buiten, de nachtelijke straat maakt dat ik ook mag bestaan: zie hoe mijn stenen maagdelijk wachten op de eerste stappen van de dag, zie hoe mijn asfalt strak opgespannen wordt onder het licht van de lantaarn, zie hoe mijn takken bewegen op het ritme van de nacht. Of je nu kijkt of niet, ik ben hier.

Al loopt geen mens op mij, ik blijf iedere nacht bestaan. Al rijdt geen auto over mij, al weerkaatsen geen stemmen tegen de gebouwen, al warmt de zon mij niet op, al lijken kleuren uit mij verdwenen, ik blijf. In deze uren ben ik van mijzelf, en niet van jullie. Ik knik. Zo is het goed. Dankbaarheid. Om deze straat in al zijn bestaan te mogen aanschouwen. Zijn vingers omvatten mijn tepels, mijn adem vormt wolkjes op het glas. De nacht door een waas bekeken, ik onderdruk de neiging mijn handen tegen de ruit te leggen, mijn mond wijd open te sperren, mijn ziel naar buiten te zien buitelen, de stoep op, de straat door, langs de bomen, oranje in het nachtelijke licht, de hoek om. Ik voel zijn hart tegen mijn schouderbladen kloppen, mijn lichaam ontwaakt onder zijn warmte, ik draai me om, leg mijn lippen op de zijne terwijl ik met een hand het gordijn weer sluit. Goedenacht.

28 June 2007
By on 10:47
*Kunstverklikker

~Het gemaakte object zelf is een onherkenbare berg; zet er een spot op en het blijkt kunst. Tim Noble en Sue Webster maken schaduwsculpturen.

~Poëzie in actie. Heerlijk kalme stem*, bijzondere sfeer, vaak mooie boodschappen of leuke knipogen naar het leven. Probeer vooral ‘The Country".

*Voor wie de film ‘Henry Fool’ heeft gezien: lijkt deze stem er niet ontzettend veel op?

~Ongelooflijk prachtige site. De muziek alleen al (bijvoorbeeld bij ‘original works’) is wonderbaarlijk mooi. De naam uitspreken vergt enige oefening (Zdzislaw Beksinski) maar dat mag de pret niet drukken.

(Voor de overbodigheid:
klikken op de afbeeldingen zorgt voor een
virtuele trip naar de betreffende artiest.)

24 June 2007
By on 19:02
*Crisis

"Ja maar, dat is toch niet normaal?" fluisterde hij beschaamd, zijn snikken klonken gekweld. "Geen van mijn collega’s kan ook maar een greintje sympathie opbrengen voor mijn probleem…" Hij staarde een moment moedeloos voor zich uit. "Maar ik kan het toch ook niet helpen?!" riep hij strijdvaardig. "Het gaat ook zo snel!"

Hij had er wat verloren bijgestaan, zijn smetteloos witte hemd strak om zijn welhaast vierkante lijf gespannen. Schoorvoetend was hij dit gesprek begonnen. Zij stond bekend als een van de beste therapeuten in deze gemeenschap, bij haar durfde hij zijn ziel wel bloot te leggen. Maar wel onder strikte geheimhouding natuurlijk. Ze had geknikt en geluisterd.

"Alles heb ik geprobeerd. Ik word er gewoon misselijk van. Ik kan er niets aan doen. Wat ik ook verzin, het duizelt me binnen de kortste keren. Er is geen beginnen aan. De boel saboteren is de enige oplossing die ik nog kan bedenken." Een traan drupte omlaag. "Ik ben een lachertje, een schande, een loser." Hij zuchtte diep.

Met zachte stem begon ze hem uit te horen. Heb je al geprobeerd rustiger aan te doen? Heb je geprobeerd je te focussen op iets anders? Sta je wel stabiel als je aan het werk bent? Kun je geen andere baan zoeken? Op alle vragen kwam een duidelijk antwoord: hij had alles geprobeerd, en niets bood uitkomst. Een andere baan was onmogelijk, hij leek voor dit werk gemaakt… ware het niet dat hij er doodziek van werd.

"De eerste minuten is het nog wel te doen, maar zodra ik er wat pit achter zet…" Hij onderdrukte een snik. "Wat ik er voor over zou hebben om jouw baan te hebben, dat wil je niet weten." Ze glimlachte meelevend. "Het is niet anders. Ik weet het wel. Maar ik moet steeds voortijdig stoppen omdat ik anders moet overgeven." Met een verbeten grimas ging hij verder: "Braken nota bene! Niet eens alleen een beetje duizelig, nee, alles wil ik uitspugen."

Ze dacht aan haar eigen dagelijkse bezigheden. Zij was verantwoordelijk voor het ontbijt. Geurend warm brood op tafel zetten, dag na dag. Ze kreeg nooit genoeg van die geur, ze deed het nu al jaren met veel plezier. Maar hij had een heel andere taak. Hij moest zorgen voor de uniformen, de kledij, de handdoeken, het beddengoed van dit gezin. Een zware taak.

"Ik vrees dat ik ook geen oplossing kan verzinnen." Tegelijkertijd slaakten ze een diepe zucht. "Ik kan toch niet steeds kortsluiting simuleren? Daar trappen ze binnen de kortste keren niet meer in hoor." Ze knikte, daar had hij gelijk in. "Maar zodra ze mij volstoppen voel ik de zenuwen al door mijn lijf gieren. Zij weten van niets, drukken op de knop en lopen weg. En dan begint het.

Langzaam voel ik hoe mijn ingewanden gaan tollen, steeds sneller, steeds harder. Ik schud ervan heen en weer, zo meedogenloos hard gaat het eraan toe." De frustratie klonk duidelijk in zijn woorden door. "Ik ben weerloos! Ik ben een aanfluiting! De rest lacht besmuikt om me, wanneer ik kokhalzend mijn werk doe. Ik ben een medewerker van niets!"

Ze schurkte zich even tegen hem aan, meer kon ze ook niet doen. Over een kwartier zou iedereen wakker worden, ze moest zich naar de keuken haasten om haar dagtaak te vervullen. "Ik kom vannacht weer langs, ok?" Hij knikte gretig, keek haar met betraand gezicht na. Wat was ze mooi en rank. Wat had hij graag als haar, als broodrooster, geboren willen worden in plaats van met dit logge lijf zijn dagen te moeten slijten. Nee, hij was geen overtuigd wasmachine.

21 June 2007
By on 07:45
*Auw

Behalve dat gewond zijn pijn doet, kan het ook best wel stoer staan. Vooral enorme schaafwonden lenen zich prima voor de nodige oehs en aahs: het ziet er goor uit, maar je kunt heel nonchalant je schouders ophalen met een ‘ik ben een bikkel’gezicht.

Met veel poeha kun je vervolgens vertellen over het waarom. Een skateboard dat doormidden gespleten is na een verkeerde sprong, heldhaftige reddingsacties die je lichamelijk hebt moeten bekopen, enge uitheemse parasieten of ziekenhuisbezoekwaardige avonturen met veel bloed.

Helaas zijn er ook valpartijen waar men minder van onder de indruk is. Valpartijen waar zelfs besmuikt om gegniffeld wordt. Acties die alles behalve respect oogsten, verhalen die je liever voor je houdt, pijn die je liefst verbijt.

De score:
Mijn middelste rechterteen is dik en blauw en mist wat vel.
Mijn linkerenkel is dik en blauw en mist wat vel.
Mijn linkerheup bevat een handpalmgroot opgezet blauw plakkaat.
Mijn stuitje is rood met blauw.
Mijn rechterelleboog heeft een opgezwollen ei.
Mijn linkerpols is hard en dik.
Kortom: vrijwel ieder lichaamsdeel doet pijn.

Nu zit ik hier: half vijf ‘s nachts, ieder uur van de nacht op de klok voorbij zien komen nadat ik weer eens bewogen heb in mijn slaap. Nu dan toch maar opgestaan, tijd voor een nieuwe pijnstiller. En wat nicotine, om het draaglijk te houden.

Lang geleden dat simpelweg door lichamelijke pijn de tranen over mijn wangen liepen. Om nog maar te zwijgen van de uren erna: het verdwaasd rondlopen, voorzichtig alle spieren uitproberen, geen gemakkelijke houding meer kunnen vinden.

En het stomste is: ik ben van de trap gevallen. Geen heldhaftig verhaal, enkel lachen om mijn stommiteit als een boer met kiespijn. Bekend scenario: op sokken, pas gedweilde houten trap. Na twee stappen begin je te vallen, geen houden meer aan, je weet dat je onderaan op de stenen vloer pas zal stoppen. Wat is de trap dan lang.

Ik baal als een stekker. Voel me stom. Voel mijn lichaam meer dan ik wens. De pijnstiller zal zo zijn werk gaan doen, de sigaret is op. Ik ben blij als ik twee dagen verder ben. Maar psst, niemand vertellen hè. Ik verzin gewoon een heldhaftig verhaal terwijl ik voort strompel.

19 June 2007
By on 02:47
*Wraak – Herman de Coninck

Ik sta geregistreerd. Geboorte, plaats, tijd.
Ik sta voor zowat één kilo papier:
geboorteakte, militie, verhuizen van daar naar hier,
politieke sympathieën, vakbondsaangehorigheid.

Daarom ben ik op zoek naar een plek op de grens van drie naties.
Daar wil ik dan sterven.
Want ik wil met mijn dood op z’n minst het plezier bederven
van een stuk of twintig administraties.

18 June 2007
By on 10:50
*Warboel

Het is een onrustige nacht. Woelig. Inslapen, weer wakker, voortdurend schipperen tussen waken en slapen. Plots: het nachtkastje trilt oorverdovend. (Bijgeleerd: trilfuncties werken alleen bij mobiele telefoons wanneer je ze niet op een plat houten oppervlak legt.) Een smsje van een vriendin. Haar baan in de horeca levert mij voornamelijk in-het-holst-van-de-nacht-berichtjes op. Aan de stand van de maan weet ik al van wie het teken van leven zal zijn. Als iemand geschillen zou moeten beslechten, oorlogen voorkomen, zet haar dan in. (Niet in de ochtend, dan zal ze weinig vredelievend zijn, maar op nachtelijke uren is ze op haar best.) Met het juiste, bescheiden, alcoholpromillage manifesteert ze zich als de vleesgeworden liefde. Euforisch meldt ze mij een schat te vinden, ongelooflijk blij te zijn met onze vriendschap, het leven geweldig te vinden, enorm uit te zien naar onze volgende ontmoeting. Dat alles gelardeerd met vele uitroeptekens, een enkele typefout en bergen enthousiasme. Hoe dan ook levert het altijd een brede glimlach op van mijn kant.

Twee uur zoveel. Nu ben ik echt te wakker. Geen geldige reden meer om in bed te vertoeven. De trap af, kraak. Het huis lijkt in de nacht de baas over de geluiden te zijn; waar overdag muziek en stemmen klinken, regeert ‘s nachts het pand. Treden kraken hun klaagzang, koelkasten zoemen hun overpeinzingen en deuren piepen hun filosofieën. Ik voel me bijna een indringer, de spelbreker die op verwijtende blikken kan rekenen. Geruisloos probeer ik te bestaan. Alleen het zachte glijden van mijn pen over het papier lijkt getolereerd te worden, ik los cryptogrammen op terwijl de rook van mijn sigaret kringelt. (Lang geleden al geleerd: probeer slapeloosheid nooit te bestrijden. Geef het de ruimte, dan ontglipt het je weer.) Na vier bladzijden, drie sigaretten, twee keer spieken bij de oplossingen en één gaap (ook nachtelijke uren prefereren ritme; schoonzwemmen op het droge maakt de beweging niet minder gracieus) vertrek ik weer naar boven. Kraak, pardon, kraak, sorry, kraak, ik kan er niets aan doen, kraak, ssst!

De slaap laat me nog even dwalen, dan strekt zij haar deken over mij uit. Dacht ik. Ze blijkt een loopje met me te nemen. Ik slaap, maar in mijn dromen laat ze me afzien. (Onvrijwillig bijgeleerd: dromen kunnen je meer uitputten dan een dag werken.) Ditmaal geen geniepige sluipschutters, geen doden, alleen iemand die mij grijnzend, van dichtbij, de rug vol hagel schiet. Haarscherp voel ik de snijdende pijn (Nog best te doen naar omstandigheden, denk ik relatief kalm. Beesten schieten ze ook soms vol hiermee, toch? Weet ik nu ook hoe dat voelt, weer iets bijgeleerd.), de warmte die erop volgt, het verdwaasde rondlopen nadien. Koortsachtig denken wat te doen, ga je hier dood aan? Nee toch? Het doet wel pijn. Ik loop een huis in. Daar zijn mijn gezinsleden. Naar de badkamerspiegel. Ik durf haast niet te kijken. Eerst voorzichtig voelen. Foute boel. Getver. Omdraaien, over de linkerschouder kijken. De bovenkant van mijn rug, tussen de schouderbladen. Bezaaid met metalen schijfjes. Vuurrode bulten, groen ontstoken huid rondom. Een kraterlandschap. En daar in het midden, niet over het hoofd te zien, een soort vierkante bochel. Een verticaal dak welhaast, overspannen met huid. Verdomd, denk ik, botbreuken. (Al vroeg geleerd: in je droom heeft logica geen plaats.) Ik zie er niet uit. Het doet pijn. Ik sleep me de woonkamer in.

Daar word ik op de schouders geklopt, ik krimp ineen. Leg uit. Beschoten. Hagel. Pijn. "Onzin." zeggen mijn fictieve familieleden. Ik raak in paniek, voel me verdrietig. Niemand gelooft me. Kijk dan. Hebben ze geen zin in. Het zal wel meevallen. Maar zie die botbreuk! Zie die ijzeren spikkels! Mijn rug gloeit, mijn hoofd is licht, ik overweeg mijn opties. Hoe kunnen ze dit nu niet zien? (Naar het ziekenhuis gaan komt niet in me op.) Afgezonderd sterven dan? Proberen mijn laatste energie in te zetten om ze toch te overtuigen, zodat ze de hagel kunnen verwijderen? Ik weet het niet, beslis niets, sta alleen te ervaren wat de pijn met me doet. Dan open ik mijn ogen. Gelukkig, daglicht knabbelt al aan de gordijnen. Het was een vreemde nacht. Kwart voor zeven, de donkere uren zitten er officieel op. (Met de nodige irritatie -van velen- bijgeleerd: uitslapen is niet aan mij besteed.) Bed uit, thee, krant, mijmeren. Ik vergeet de nacht, vergeet de droom. Nieuwe gedachten vullen mij. Tijd om te douchen. Kleren uit. Haren in een elastiek vangen. Kraan aanzetten. Langs de spiegel lopen. Opeens een onbestemd gevoel. Niet kijken, doorlopen. Waarom? Ik stap de douche in. Weer dat gevoel, voorzichtig met het water. Waarom? Ah, natuurlijk, de droom. Onzin. Dit is de dag, niet de nacht. Ik probeer te grinniken om mijn gevoel, er is niets. Leef door. Dan toch, vanzelf, voorzichtig, te voorzichtig, mijn hand op mijn schouders. Vingers vlinderen over huid. Gladheid. Onderdrukte opluchting, er is écht niets te voelen. Nee.
Natuurlijk niet.
Freak.

14 June 2007
By on 12:18
*Four eyed monsters

Film, gemaakt door twee jonge mensen, over het ons-allen-bezighoudende-fenomeen ‘relaties’. Vandaag de laatste dag dat ‘ie in z’n geheel nog op YouTube te vinden is, dus wees er snel bij. -edit- Hij staat er nog wel een tijdje op: tot half augustus. Anders dan anders. De moeite waard, voor wie ervoor open staat en wat tijd over heeft.

*Four eyed monsters – de complete film online*

13 June 2007
By on 11:50
*Prooi

Nu was het moment. Voorzichtig, geruisloos, met ingehouden adem verplaatste hij zijn lichaam centimeter voor centimeter. Een beeld van vroeger drong zich aan hem op: met zijn buurjongetjes speelde hij altijd een spel waarbij je dichterbij de muur moest zien te komen zonder dat de ander je daadwerkelijk zag vooruit gaan. Een avontuurlijk soort pantomime-spel, dat stond of viel bij hoe onopvallend je kon bewegen: zodra de ander omkeek bevroor je jezelf in de laatst gemaakte stap.

Hij voelde een zelfde soort spanning in zijn lijf, al waren de omstandigheden ditmaal heel anders. Niet de veilige omgeving van spelende kinderen, maar een zaak op leven en dood, welhaast. In de tussenliggende jaren had hij genoeg geleerd om zichzelf te handhaven, maar was het ook genoeg om te overleven? Met een omtrekkende beweging cirkelde hij op zijn doel af. Al wekenlang had hij voorbereidingen getroffen, onderzoek gedaan, zichzelf proberen te wapenen tegen de confrontatie.

Die confrontatie leek, met terugwerkende kracht, onvermijdelijk. Als iemand hem een half jaar geleden ernaar gevraagd had, zou hij met grote, onschuldige ogen onwetend hebben gereageerd. Maar nu hij eindelijk had ingezien waar de schoen knelde, leken de afgelopen jaren een tijdbom. Klaar om in zijn gezicht te ontploffen als hij niet snel iets ondernam. Hoe heldhaftig hij zichzelf ook had voorgenomen niet te vluchten, onder geen enkele omstandigheid, op dit moment leek iedere vezel in zijn lichaam ‘rennen!’ te schreeuwen.

Hij negeerde die innerlijke roep en sloop verder vooruit. De aders in zijn slapen leken een complete djembé-sessie te roffelen, de auditieve ondersteuning van zijn oerdans. Even overwoog hij terug te gaan en zijn gezicht te beschilderen met oorlogskleuren, maar hij bedacht zich direct weer. Dat zou onder de juiste omstandigheden indruk maken, maar in dit geval hoogstens hoongelach opleveren: het zou ernstig detoneren met zijn maatpak. Hij onderdrukte een zenuwachtige grinnik. Concentreren! Blijf gefocust.

Voor hem doemde de deur naar de rest van zijn leven op. Hij kon rechtstreeks erop af, maar dan zou hij hem zien aankomen door de ruit. Hij maakte een scherpe bocht naar links en sloop de hoek om, en nog een hoek, en nog een hoek, tot hij bij de laatste hoek aankwam. Hij ademde diep in, rechtte zijn rug, trok zijn mondhoeken in het gareel en sloot zijn lippen zorgvuldig. Hij was nu een paar stappen verwijderd van de deur. Niets meer dan een muur scheidde hem nog van zijn noodlot.

Niet naar je voeten kijken. Niet aan je adamsappel pulken. Niet aan je mouwen frunniken. Niet te snel spreken. Niet haperen, niet twijfelen, niet grijnzen. Hij stootte zijn kin de lucht in, geen weg meer terug nu. Zo zelfverzekerd als mogelijk onder deze omstandigheden liep hij de hoek om, naar de deur toe, legde zijn hand op de klink. Shit. Eerst kloppen? Gewoon binnenstormen? Maar wat nu als er anderen binnen waren? Als hij in bespreking was? Dan zou hij niet zomaar zijn zegje kunnen doen. Shit. Paniek overviel hem, zijn adem stokte in zijn keel. Waarom had hij hier niet over nagedacht?

Ondertussen stond hij al secondenlang met zijn hand op de klink, zich omdraaien en weglopen zou zonder twijfel gemeen gegniffel onder zijn collega’s opleveren. ‘Doe iets!’ beet hij zichzelf in gedachten toe. Hij probeerde een combinatie van kloppen en de deur openen, wat een halfslachtig gerommel aan de klink opleverde dat alles behalve kalm en zelfverzekerd overkwam. Hij voelde hoe de moed hem in de schoenen zonk, en schoorvoetend ging hij de ruimte binnen. Verwoed probeerde hij zijn duizendmaal ingestudeerde woorden terug te halen achter de mantra die op dit moment zijn gedachten vulde. Shit. Shit. Shit. Shit. Hij voelde hoe zijn wangen warm en rood werden, de woorden waren nergens te vinden. 

"Kom je van het uitzicht genieten of heb je iets te melden?" Hij schrok op, keek in het intimiderende gezicht van zijn baas. "Nnn… ik… uh… jawe… nou uh, ik bedoel, ik kwam… ik wil… ik heb nagedacht en…" "Als je denkt zoals je spreekt dan heb je er een hoop tijd aan besteed, niet?" onderbrak zijn baas hem met een gemeen lachje. Nu! Zeg het gewoon! Wat heb je te verliezen! "Ik kwam alleen even vragen… of… er nog problemen met die order zijn geweest na vorige week." Shit. Shit. Shit. Dit ging niet goed. "Nee hoor, de tegenpartij accepteerde de hogere prijs. Niets aan de hand dus. Dat was het?" Nu! In gedachten duwde hij zichzelf in de rug, struikelde hij naar voren. Zeg het! "Ik… ik… nee, dat was het." Shit! Lafaard! "Prima dan, zorg je dat de invoeren voor drie uur zijn verwerkt? We hebben nog meer te doen vandaag." Hij knikte en schuifelde de deur uit. Teleurstelling vermengde zich met woede terwijl hij zich terug naar zijn bureau sleepte. Zijn ogen brandden, zijn blouse was doorweekt. Hij plofte op zijn stoel, staarde wezenloos naar zijn scherm. "Volgende week maandag ga je het écht doen!" beet hij zichzelf verbitterd toe, en slikte zijn tranen weg.

12 June 2007
By on 08:52